Home Politics Prome Minister sra. Evelyn Wever-Croes: GOBIERNO DI ARUBA NA SECRETARIO DI...

Prome Minister sra. Evelyn Wever-Croes: GOBIERNO DI ARUBA NA SECRETARIO DI ESTADO KNOPS:  NOS TA SPERA CU HULANDA DI BERDAD POR TENE CUENTA CU DESEO DI PUEBLO DI ARUBA

SHARE

Ta spera cu na januari por sigui negosha pa sosten di likides

 

Diamars 21 di december, secretario di estado Raymond Knops a informa Parlamento Hulandes di e impase cu nan ta aden cu gobiernonan di Aruba, Corsou y Sint Maarten. Ta prome biaha den basta tempo cu tur tres Prome Minister ta para firme contra Hulanda.

 

Como reaccion riba e carta di dia 21 di december, Prome Minister di Aruba sra. Evelyn Wever-Croes a manda un contesta dia 22 december pa sr. Knops, pa Parlamento Hulandes y pa Parlamento di Aruba. Den su reaccion Prome Minister ta expresa su asombro pa e forma con e proceso a bay den december, prome cu Rijks Ministerraad di 17 december ultimo.

 

Prome Minister di Aruba ta reitera cu Aruba semper a duna su cooperacion den e proceso, y cu e condicion nobo cu Hulanda a pone, prolongacion di protocol 2018, no a bay segun palabracion. Ademas, Prome Minister a enfatisa cu ya dia 13 di december ultimo, el’a informa Secretario di Estado Knops cu e insistencia di Hulanda pa prolonga e protocol sin fecha final, ta contra nos Constitucion, y cu asina ta haci un aprobacion di e nota di cambio di COHO totalmente inutil.

 

Ademas Prome Minister ta indica satisfecho cu awor si Hulanda ta dispuesto di papia di un fecha ultimo pa e protocol y a propone pa e comision di e dos paisnan reuni riba e posibilidad aki, y asina sali afo na januari mes.

 

Finalmente Prome Minister Evelyn Wever-Croes ta ripiti su peticion na sr. Knops pa atende e peticion di Aruba pa cuminsa baha e recorte di salario, pasobra empleadonan na Aruba ta entregando parti di nan salario tur luna desde 1 di mei aña pasa, y nan tin derecho di haya un perspectiva ki tempo nan salario lo normalisa. Prome Minister Evelyn Wever-Croes a enfatisa cu e ta di opinion cu empleadonan merece sa esey.

 

Reunionnan lo continua den januari 2022 pa haya otro riba e peticion di sosten di likides, prolongacion di protocol 2018 y ki tempo por stop e recorte di salario di 12.6%.

 

 

Minister-President 

Minister van Algemene Zaken L.G.Smith Blvd. 76 Oranjestad, Aruba 

Tel, (297)528 4900 

Regering VAN Aruba 

Aan: Voorzitter en leden van 

de Staten van Aruba 

0ns kenmerk: MAZ-^^ 

Oranjestad, 23 december 2021 

Betreft: reactie aan Staatssecretaris Knops op aanhouding besluitvorming 

Rijksministerraad 17 december 2021 

Geachte Voorzitter, 

Op 21 december j.l. ontving ik een brief van Staatssecretaris Knops over de aangehouden besluitvorming in de Rijksministerraad van 17 december j.i. Middels schrijven d.d. 22 december j.l. heb ik op die brief gereageerd. 

Ik heb allereerst gesteld dat de in inleiding van de brief van 21 december de indruk wordt gewekt dat vanuit Arubaanse zijde de Nota van Wijziging (NvW) als nieuwe voorwaarde wordt beschouwd. Dit is niet correct en nooit als zodanig door Aruba gecommuniceerd. Aruba heeft duidelijk aangegeven dat de Nederlandse voorwaarde, te weten het ondertekenen van de verlenging van het Protocol van 22 november 2018 (hierna: Protocol) zonder einddatum, een nieuwe voorwaarde is voor het ontvangen van liquiditeitssteun. Deze voorwaarde valt buiten de reeds gemaakte afspraken. Uit de brief van de Staatssecretaris maak ik op dat dit van zijn zijde niet als een nieuwe voorwaarde wordt gezien. Nu en het verlenen van liquiditeitssteun en het afwijken van de begrotingsnormen ex artikel 23 Landsverordening Aruba financieel toezicht, ondanks positief acivies van het CAft, afhankelijk worden gesteld van het akkoord gaan met de verlenging van het Protocol, is hier weldegelijk sprake van een nieuwe voorwaarde. Dit is ook aan de Staatssecretaris eerder deze maand gecommuniceerd. 

Stand van zaken van het voorstel van Rijkswet COHO 

Zoals in de brief wordt aangegeven, en zoals aan de Staten is uitgelegd op 13 december j.l., is het ambtelijk team op 2 december 2021 akkoord gegaan met het aanbieden van de concept NvW aan het bestuur van de desbetreffende landen. Dit na een intensieve onderhandelingsperiode waarbij ambtenaren van alle vier de landen binnen het Koninkrijk op constructieve en respectvolle wijze hebben samengewerkt. Ook de

Staatssecretaris weet dat de essentie van ambtelijke overleggen een voorbereidingstraject betreffen waarna er op bestuurlijk niveau nog altijd op integrate wijze wordtgekeken naar degedanevoorstellen. Dit betekentdat erte alien tijde ruimte is om de bestuurlijke overlegstructuren te volgen, inclusief overleg op ministerraad niveau. Dit is naar mijns inziens een cruciaal onderdeel van behoorlijk bestuur. Door de recente uitlatingen van de Staatsecretaris in de media wordt de indruk gecreeerd dat er zonder meer na een ambtelijke voorbereidingsperiode een bestuurlijk akkoord dient te volgen zonder de nodige overlegstructuren te respecteren. Ook wordt de indruk gecreeerd dat Aruba geen waarde hecht aan het vastleggen en nakomen van afspraken. Voor Aruba is het juist van bijzonder groot belang om de gemaakte afspraken vastte leggen omdat het dan voor iedereen duidelijk wordt waar men aan toe is. Vandaar ook de verbazing over het plotseling moeten ondertekenen van een verlenging van het Protocol zonder einddatum. 

Aanhouden besluitvorming 

In een schrijven van de Staatssecretaris d.d. 9 december2021, benadrukt hij nogmaals dat er alleen sprake zou kunnen zijn van een verlenging van het Protocol zonder einddatum. Als reactie daarop, heb ik op 13 december j.l. aangegeven dat ik het ten zeerste betreur dat de Staatssecretaris de verdere verlening van liquiditeitssteun verbindt aan de door u verlangde verlenging zonder einddatum van het Protocol. Ik heb aangegeven dat een dergelijke handelwijze geen recht doet aan de wederzijdse inspanningen die tot nu toe zijn verricht ten behoeve van het financieel toezicht via de totstandkoming van de Rijkswet Aruba financieel toezicht (RAft) en dat er een zwaar beslag gelegd wordt op de verdere voortgang van de Rijkswet Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO). De medewerking door Aruba aan de Rijkswet COHO is herhaaldelijk voorwaardelijk gesteld voor de verlening van liquiditeitssteun. 

Ook heb ik benadrukt dat door Aruba zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau herhaaldelijk is aangegeven dat de totstandkoming van de RAft van groot belang is. De opmerking van de Staatssecretaris dat “de totstandkoming van de RAft daarmee ook uit het zicht raakt” is voor ons daarom ook onverklaarbaar, omdat Aruba juist voor ogen heeft dat de RAft binnen een jaar tot stand komt, vandaar ook de wens van Aruba om het Protocol voor een jaar te verlengen. 

Meerjarig financieel overzicht 

Het beslispunt opgenomen naar aanleiding van het advies van het CAft is een weerspiegelingvan een aantalgebreken van het landspakketdie herhaaldelijk door Aruba zijn aangekaart. Bij de opstelling van het document door Nederland is geen rekening gehouden met de benodigdefinanciele paragraaf. Zowel voor Nederland als voor Aruba is 

het op dit moment vooralsnog onbekend wat de omvang van de kosten verbonden aan de hervormingsmaatregelen zijn. Nu wordt er van de landen verwacht dat er al in 2022 een meerjarig overzicht in de begrotingen wordt verwerkt terwijl verschillende onderzoeken nog gaande zijn en er geen inzicht is in de bijbehorende kosten. 

2

Onbekend is wat het Nederlands financieel aandeel is bij de totstandkoming van de implementatiepiannen en wat het uitgangspunt van het CAft zal zijn als de hervormingsmaatregelen door Aruba zelf gefinancierd dienen te worden. Dit terwiji er tegelijkertijd geeist wordt dat de uitgaven verlaagd worden en het streven van Aruba is om de staatsschuld te verminderen. Kortom: ondanks dat nu niemand enig idee heeftwat het allemaal in 2022 en verder gaat kosten en wie ervoor opdraait wordt toch geeist dat dit nu, vooruitlopend op de totstandkoming van de Rijkswet, in de begroting 2022 van Aruba al gespecificeerd wordt opgenomen. Zelfs volgens de letter en geest van de Nota van Wijziging hoort men in de begroting van 2022 nogaltijd niets op te nemen omdat men immers niets concreets is overeengekomen. Dus kan dit op dit moment nooit als eis gesteld worden. 

Nieuwe voorwaorde 

Het sluiten van een protocol en zonder einddatum is een nieuwe voorwaarde die recentelijk gesteld is door Nederland, zoals ik de Staten op 13 december j.l. tijdens een openbare bijeenkomst heb gei’nformeerd. Relevant voor dit geheel is een brief van 11 oktober jl. die door de Staatssecretaris verstuurd is over het voorbereidingsproces richtingde Rijksministerraad. In de bijlage bij de brief gafde Staatssecretaris aan dat voor het ontvangen van liquiditeitssteun voorwaardelijk is (i) het advies van het CAft, (ii) de voortgang geboekt bij de uitvoering van het landspakket en (iii) ‘eventuele, vooraf bepaalde, aanvullende voorwoarden’. Het ministerie BZKzou dan voor devolgende tranche aangeven wat de eventuele aanvullende voorwaarden dienen te zijn. U kunt begrijpen dat het voor Aruba volkomen onduidelijk wordt waar er steeds aan voldaan dient te worden door deze werkwijze, hetgeen door mij al schriftelijk op 25 oktober jl. bij de Staatssecretaris is aangekaart. 

Verlenging Protocol Aruba-Nederland 2019-2021 

Op geen moment is door Aruba aangeven dat er geen sprake kan zijn van financieel toezicht: integendeel. Duidelijk is aangegeven dat het ondertekenen van een protocol zonder einddatum tegen het budgetrecht van het parlement indruist en onconstitutioneel is. Aruba kon instemmen met verlenging van een protocol voor een overgangsperiode. Tot op het laatste moment is door Nederland volhard dat er alleen sprake kan zijn van een protocol zonder einddatum. Hiervoor verwijs ik naar de door mij verstuurde brief op 13 december jl. met in de bijlage een negen pagina lange beschrijving van de ambtelijke correspondentie hierover. In de voorlaatste mail verstuurd door BZK, zoals vermeldt in de bijlage, wordt nogmaals benadrukt dat er sprake dient te zijn van een protocol zonder einddatum. 

Het verbaast me dan ook dat de Staatssecretaris ineens aangeeft gepoogd te hebben een opiossing te vinden door een verlenging van drie jaar. Dit is nooit direct door de Staatssecretaris of door zijn ambtelijk team gecommuniceerd met Aruba. Tot op dat moment was het standpunt van Nederland dat er geen sprake kon zijn van een protocol met een einddatum. 

3

Overigens is de door de Staatssecretaris gebruikte term “gebruikelijke verlenging” tendentieus; het Protocol van 2018, dat voor drie jaren is afgesloten, is niet eerder verlengd, en dit Protocol was ook geen verlenging van de afspraken die in 2015 ter zake zijn gemaakt. Er kan dus niet gesproken worden van een gebruikelijke verlenging van drie jaar, en zeker niet nu met voortvarendheid aan de Rijkswet Aruba financieel toezicht wordt gewerkt, die zich reeds in een vergevorderd stadium bevindt. 

Tot slot 

Zoals eerder aangegeven zet Aruba zich volledig in om de gemaakte afspraken na te komen. Ook ik hoop dat door middel van constructieve overleggen we op positieve wijze deze periode kunnen afsiuiten en richting een bestendige toekomst kunnen werken. 

Het is nu voor het eerst dat de Staatssecretaris schriftelijk vastlegt dat Nederland akkoord kan gaan met een periode van drie Jaar als verlenging van het Protocol en derhalve van een verlenging zonder einddatum wordt afgestapt. Ik spreek de hoop uit dat we tot overeenstemming kunnen komen over periode van verlenging van het Protocol, en derhalve het verlenen van liquiditeitssteun en afwijking van de begrotingsnormen. Ik heb voorgesteld dat onze ambtelijke teams de onderhandelingen op dit punt weer oppakken, binnen het kader van een verlenging van het protocol met einddatum. 

In de brief benadrukt de Staatssecretaris het belang van de inwoners van Aruba. Ik heb de hoop uitgesproken dat niet alleen het belang van de inwoners van Aruba in woord benadrukt wordt, maar dat er in het verre Den Haag ook daadwerkelijk gehoor gegeven wordt aan de wensen van het Arubaanse volk. In dit verband heb ik in herinnering 

gebracht het verzoek tot afbouw van de versoberingsmaatregelen (12,6%). De werknemers die sinds 1 mei 2020 trouw elke maand een deel van hun salaris hebben 

opgeofferd, hebben recht op enig perspectief, en ik vind dat wij hen dat perspectief moeten bieden. Ik vertrouw erop dat we hierin zullen slagen. 

Tenslotte heb ik een afschrift van mijn brief gezonden aan de Tweede Kamer, zulks ter completering van zijn brief van 22 december 2021, waarin hij de Tweede Kamer heeft gei’nformeerd over de aangehouden besluitvorming in de Rijksministerraad van 17 december j.l. 

Ik vertrouw erop de Staten te hebben geinformeerd. 

Met vriendelijke groet. 

r\ 

ie^resident van Aruba 

  1. EvelynX) Wever-Croes 4

Ministerie van Binnenlandse Zaken en 

Koninkrijksrelaties 

> Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag 

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten Generaal 

Postbus 20018 

Directoraat-Generaal 

Koninkrijksrelaties 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 

2500 EA DEN HAAGTurfmarkt 147 Postbus 20011 

2500 EA Den Haag 

Kenmerk 

2021-0000690080 

Uw kenmerk 

Bijlage(n) 


Datum Betreft 

22 december 2021 

Aangehouden besluitvorming Rijksministerraad 17 december 2021 

Aan de autonome landen Aruba, Curasao en Sint Maarten (hierna: de landen) is na het uitbreken van de Corona pandemie in juli 2020 een aanbod gedaan voor steun en langjarige samenwerking. Bind 2020 is een akkoord bereikt omtrent de 

landspakketten, waarin hervormingen zijn overeengekomen met als doel de financiele, economische, institutionele en maatschappelijke weerbaarheid van de landen dusdanig te versterken, dat de landen beter in staat zullen zijn om in de toekomst externe schokken zelfstandig op te vangen. Als voorwaarde voor het ontvangen van de noodzakelijke liquiditeitssteun dienen Aruba, Curagao en Sint Maarten hervormingen door te voeren. Hierover vindt per kwartaal in de 

Rijksministerraad (RMR) besluitvorming plaats. Het College (Aruba) financieel toezicht (C(A)ft) adviseert de RMR over de liquiditeitsbehoefte. De Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) informeert de RMR over de voortgang op de uitvoering van de landspakketten. 

Tijdens de RMR van 17 december jl. stond besluitvorming geagendeerd over een aantal onderwerpen. Ten eerste de liquiditeitsbehoefte voor het eerste kwartaal van 2022, ten tweede de mogelijkheid om af te wijken van de begrotingsnormen 

(conform art. 23 van de Landsverordening Aruba financieel toezicht (LAft) en art. 25 van de Rijkswet financieel toezicht (Rft)) en tot slot de aan liquiditeitssteun verbonden voorwaarden, waaronder een verzoek van Aruba om de salariskorting van 12,5% af te bouwen in 2022. De voorliggende besluitvorming ging uit van een bestuurlijke bevestiging voorafgaand aan de RMR van het ambtelijk akkoord op de Nota van Wijziging (NvW) bij het voorstel van Rijkswet voor het Caribisch Orgaan voor Hervorming en Ontwikkeling (COHO), een logische en noodzakelijke volgende stap in het traject dat wij als landen binnen het Koninkrijk al anderhalf jaar samen doorlopen. Dit is geen nieuwe voorwaarde: al sinds de start van deze samenwerking hecht de Nederlandse regering aan een constructieve en 

voortvarende aanpak met betrekking tot het wetstraject. Het is immers voor ons alien van belang dat de afspraken onder onze samenwerking vastliggen en recht wordt gedaan aan het democratisch proces. 

Aangezien de bestuurlijke bevestiging van de landen echter tot op heden is uitgebleven, is op mijn verzoek de gehele RMR-besluitvorming aangehouden tot op een later moment. Nu onduidelijk is waarom deze bevestiging van het akkoord uitblijft en waar de landen nu precies staan, is voor Nederland onvoldoende 

Pagina 1 van 5

duidelijk waar wij aan toe zijn. Het aanhouden van de besluitvorming geeft alle partijen ruimte om ons te bezinnen op de vraag of en hoe we de voorgenomen samenwerking voor zes jaar vruchtbaar kunnen aangaan, met inachtneming van gemaakte afspraken. 

Naar aanleiding van de publieke reacties van de ministers-presidenten van Aruba, Curagao en Sint Maarten en daarop gebaseerde behchtgeving in de media, merk ik dat op een aantal punten kennelijk verwarring is ontstaan. In een brief aan de ministers-presidenten heb ik daarom een aantal punten opgehelderd. Middels deze brief informeer ik uw Kamer langs dezelfde lijn. Tevens voeg ik bij deze brief de uitvoeringsrapportage van de Tijdelijke Werkorganisatie (TWO) over het vierde kwartaal van 2021, alsook de uitvoeringsagenda’s per land voor het eerste kwartaal van 2022. 

Stand van zaken van het voorstel van Rijkswet COHO 

Na uitgebreide gesprekken tussen Nederland en Aruba, Curagao en Sint Maarten werd in juli jl. overeenstemming bereikt over de consensus rijkswet COHO. Dit akkoord werd bekrachtigd in de Rijksministerraad van 3 September jl. Omdat de overeengekomen wijzigingen betreffende het begrotingstoezicht niet direct herleidbaar waren tot het eerdere advies van de Raad van State van het 

Koninkrijk (RvSK), hebben de landen gezamenlijk besloten dat deel van de rijkswet via een NvW nogmaals voor te leggen aan de RvSK. 

Eind September bracht de RvSK advies uit bij deze NvW, met een zogenaamd ‘dictum B’. Dit betekent dat de Raad slechts een beperkt aantal opmerkingen meegeeft. Naar aanleiding van dit advies zijn wederom intensieve ambtelijke 

gesprekken gevoerd en is op 2 december jl. ambtelijk akkoord bereikt over de NvW. Nog diezelfde dag heb ik contact gezocht met de ministers-presidenten van Aruba, Curagao en Sint Maarten, waarbij ik heb gevraagd om zo spoedig mogelijk het akkoord bestuurlijk te bevestigen. Na die bevestiging zou het voorstel van Rijkswet niet opnieuw door de RMR behandeld hoeven te worden, maar direct via de Koning ter behandeling kunnen worden aangeboden aan uw Kamer en de parlementen van de landen, waarna u dit voorstel volgens de gebruikelijke werkwijze kunt behandelen. Op die manier wordt recht gedaan aan het democratisch proces. 

Aanhouden besluitvorming 

In reactie op mijn bericht van 2 december hebben de drie ministers-presidenten aan mij bevestigd dat besluitvorming op korte termijn in de Raden van Ministers zou plaatsvinden. Sindsdien heb ik echter niets meer vernomen. Pas na een rappel van mijn zijde kort voor de RMR, lieten de drie ministers-presidenten mij weten dat het akkoord dat al twee weken eerder onder ons mandaat was bereikt, nog niet politiek kon worden bevestigd. Dit is lastig te begrijpen gelet op eerdere afspraken en het baart mij grote zorgen. De totstandkoming van de Rijkswet Aruba financieel toezicht (RAft) raakt daarmee ook uit het zicht. Het is van groot belang dat na een jaar intensieve samenwerking de afgesproken wettelijke basis wordt gelegd onder deze samenwerking. Vanaf het prille begin is het bevorderen van de totstandkoming van de rijkswet COHO door de regeringen ook onderdeel geweest van de voorwaarden voor de liquiditeitssteun. Net als de voortgang op de 

Directoraat-Generaal 

Koninkrijksrelaties 

MinisCerie van Binnenlandse 2aken en Koninkrijksrelaties 

Kenmerk 

2021-0000690080 

Pagina 2 van 5

uitvoering van het landspakket, is het belangrijk dat ook in het traject van de hjkswet de juiste stappen worden gezet en de voortgang voldoende blijft. 

Het uitblijven van politieke instemming roept bij de Nederlandse regering de vraag op welke positie de landen nu innemen. Ik erken dat de landen over het algemeen voortvarend werken aan de uitvoering van het landspakket, maar 2022 zal in het teken staan van (moeilijke) besluiten en uitvoering. Het feit dat de landen de volgende stap in het wetgevingsproces niet zetten, roept de vraag op in hoeverre er de oprechte wil en bereidheid is om serieus aan de slag te gaan met de consensusrijkswet en de noodzakelijke hervormingen. Nu in deze fase onduidelijk is waar de landen staan, is voor de Nederlandse regering onvoldoende duidelijk waar wij aan toe zijn. Onder deze omstandigheden zag ik mij genoodzaakt voor te stellen de volledige besluitvorming tijdens de RMR van 17 december jl. aan te houden. Dit geeft ons alien ruimte om ons te bezinnen op de vraag of en hoe we de voorgenomen samenwerking voor zes jaar vruchtbaar kunnen aangaan, met inachtneming van eerder gemaakte afspraken. 

Meerjarig financieel overzicht 

De voorgenomen besluitvorming voor de RMR van 17 december jl. betrof onder andere het verzoek aan de landen om in afstemming met de TWO aan hun begrotingen een bijgewerkt meerjarig overzicht toe te voegen, waarin opgenomen de baten en lasten verbonden aan de uitvoering van een uitvoeringsagenda of goedgekeurde plannen van aanpak. Tevens werden de landen verzocht om de budgettaire gevolgen van de uitvoering van het landspakket te verwerken in die begroting. Dit beslispunt was opgenomen naar aanleiding van een advies van het C(A)ft, waarin wordt geconstateerd dat de uitgaven die gepaard gaan met de implementatie van de landspakketten slechts beperkt inzichtelijk zijn en dat hierdoor in de (ontwerp)begrotingen 2022 onvoldoende rekening is gehouden met deze uitgaven. 

Aruba, Curagao en Sint Maarten hebben eensgezind te kennen te geven zich hier niet in te kunnen vinden, omdat dit een passage betreft uit de ambtelijk overeengekomen NvW bij de rijkswet COHO en als zodanig de parlementen van de landen zich hier nog niet over hebben kunnen uitspreken. Maar is het onredelijk het parlement inzicht te bieden in de verwachtte uitgaven en inkomsten, zodat het parlement in staat wordt gesteld haar budgetrecht uit te oefenen? Dat is toch een basisprincipe van deugdelijk bestuur. Dit beslispunt is dan ook niet bedoeld om de positie van het parlement te omzeilen, maar juist om deze te versterken. Zeker gelet op het advies van het C(A)ft dat tijdens de RMR voorlag, is het verbeteren van dit inzicht naar mijn mening dusdanig urgent dat hiermee niet gewacht kan worden tot inwerkingtreding van de Rijkswet COHO; er wordt immers al ruim een jaar gewerkt aan de uitvoering van het landspakket. En zonder financiele onderbouwing komen er geen tastbare resultaten. De keuze om aan te sluiten bij de formulering uit de NvW voorafgaand aan de RMR is gemaakt om te voorkomen dat de wijze waarop dit inzicht verstrekt moet worden na inwerkingtreding van de wet weer zou veranderen, wat dubbel werk oplevert. We proberen immers al zoveel mogelijk conform de concept consensus rijkswet, voor zover mogelijk en verantwoord. Toen de besluitvorming voor de RMR werd voorbereid ging ik ervan uit dat het ambtelijk akkoord met de NvW 

Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 

Kenmerk 

2021-0000690080 

Pagina 3 van 5

voorafgaand aan de RMR zou worden bevestigd door uw kabinet. Nu dat niet het geval is, heb ik voorgesteld de besluitvorming aan te houden. 

Nieuwe voorwaarden 

In de voorgestelde RMR-besluitvorming zijn geen nieuwe voorwaarden opgenomen. De beslispunten betreffen voorwaarden die al zijn gesteld aan eerdere tranches liquiditeitssteun. Voorwaarden die nog steeds gelden, voorwaarden die nog steeds niet volledig zijn opgevolgd of die een uitwerking zijn van eerdere voorwaarden, zoals de controle op de loonsubsidies en normering topinkomens. Dat geldt ook voor de overeengekomen salariskorting. Dit betreft een eerder gestelde voorwaarde die op basis van een RMR-besiuit tot nader order geldt. 

De bewering van de minister-president van Sint Maarten dat Nederland in de toekomst carte blanche krijgt om nieuwe voorwaarden te verbinden aan de l iquiditeitssteun, is onjuist. Het voorstel van Rijkswet COHO schrijft juist voor dat besluitvorming door de RMR over toekenning van liquiditeitssteun geschiedt op basis van een uitvoeringsrapportage. Dit betekent dat er na inwerkingtreding van de wet geen ruimte is voor het stellen van nieuwe aanvullende voorwaarden buiten de hervormingen uit het landspakket. Voorwaarde voor toekenning liquiditeitssteun blijft daarbij uiteraard dat art. 23 !_Aft/art. 25 Rft door de RMR van toepassing is verklaard. De eerder gestelde aanvullende voorwaarden blijven tot nader order tevens onderdeel van de besluitvorming over de toekenning 

van de liquiditeitssteun, ook na inwerkingtreding van de wet. Het gaat dan bijvoorbeeld om de arbeidsvoorwaarden voor medewerkers in de publieke sector en maatregelen in de zorgsector. 

Verlenging Protocol Aruba Nederland 2019-2021 

Aruba en Nederland zijn helaas niet tot overeenstemming gekomen over begrotingsnormen per 1 januari aanstaande. Deze situatie ontstaat omdat het huidige protocol op die datum afloopt. Dat betekent dat er vanaf 1 januari 2022 onduidelijkheid is over de normen voor het financieel toezicht en alleen al om die reden was mijn advies aan de RMR om niet in te stemmen met de toepassing van artikel 23 LAft om af te mogen wijken van de begrotingsnormen. Het verlengen van het protocol of andere afspraken over begrotingsnormen met een termijn die lang genoeg is om een vacuum te voorkomen is dan ook geen nieuwe voorwaarde, maar een logisch gevolg van het ontbreken van heldere begrotingsnormen met ingang van 1 januari 2022. Ik ben daar in de gesprekken hierover met Aruba de afgelopen weken altijd helder geweest. Nadat Nederland heeft aangegeven het protocol te willen verlengen zonder einddatum en Aruba te kennen heeft gegeven slechts met een jaar te willen verlengen, heeft Nederland gepoogd een opiossing te vinden door een gebruikelijke verlenging van drie jaar en beeindiging zoveel eerder als de RAft in werking treedt voor te stellen. Dit voorstel is ook door Aruba afgewezen, hetgeen betekent dat wij in een patstelling terecht zijn gekomen. Het ontbreken van afspraken over financieel toezicht is niet uit te leggen in de huidige situatie waarin door Nederland AWG 903,5 min. aan liquiditeitssteun is verstrekt. De onduidelijkheid over de normen weerhoudt Nederland er logischerwijs van om verdere afspraken met Aruba te maken over herfinanciering van deze leningen of het verstrekken van additionele middelen. 

Directoraat-Generaal Koninkrijksrelaties 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 

Kenmerk 

2021-0000690080 

Pagina 4 van S

Het is aan Aruba om de verlenging van het protocol en de eventuele gevolgen daarvan met de Staten te bespreken. Dat is noch aan de Nederlandse regering, noch is het de bedoeling van Nederland om de Staten buitenspel te zetten. 

Tot slot 

Dit kabinet heeft er alles aan proberen te doen om dit jaar op een andere, positieve manier te kunnen afsiuiten. Ik heb de landen gevraagd zich in de kerstperiode te bezinnen op de weg voorwaarts. Vanuit Nederland zullen wij hetzelfde doen. De TWO werkt, vooruitlopend op de komst van het COHO, in samenwerking met de landen door aan de uitvoering van het landspakket. In het belang van de inwoners van Aruba, Curagao en Sint Maarten hoop ik van harte dat wij er met elkaar in slagen om het afgesproken pad verder af te gaan. 

De staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, drs. R.W. Knops 

Directoraat-Generaal 

Koninkrijksrelaties 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties 

Kenmerk 

2021-0000690080 

Pagina 5 van 5